|
|
|
Opleidingsaanbod
|
|
|
|
|
|
|
Onderwijs per afdeling
|
|
|
De brugklas
Toelating tot de brugklas
Op grond van het advies van de basisschool en de Cito-score (of de score van een vergelijkbare toets), worden de leerlingen geplaatst in een brugklas mavo/havo of havo/vwo in de Traditionele- of in de Wereldklasstroom (zie hieronder). Met ingang van dit schooljaar is er in de Wereldklasstroom ook een aparte gymnasiumklas. Doubleren in de brugklas is niet mogelijk.
Twee stromen in de onderbouw
Op het Libanon Lyceum hebben we in de onderbouw twee stromen: de Traditionele stroom en de Wereldklasstroom. Wij vinden dat er dusdanige verschillen zijn in de leerstijlen en leerervaringen van kinderen, dat het de moeite waard is om ons onderwijs in de onderbouw volgens twee verschillende concepten vorm te geven. Er zijn immers ‘meerdere wegen, die naar Rome leiden’.
Beide stromen zijn gelijkwaardig: de één is niet beter of slechter dan de ander, de één is alleen meer geschikt voor een bepaalde categorie kinderen. Hieronder is het onderscheid verder uitgewerkt.
Kernwoorden in de Traditionele stroom:
- meer docentgestuurd: de leraar bepaalt;
- het lesplan van de docent is het startpunt van het leren;
- de docent stuurt het leerproces van de leerlingen;
- de leerstof wordt in ‘brokjes’ kennis aangeboden; naarmate de kinderen meer aankunnen, worden de losse onderdelen groter en krijgen meer betekenis;
- kennis en inzicht door instructie en reproductie;
- structuur is basis;
- een goede relatie tussen docenten en leerlingen.
Kernwoorden in de Wereldklasstroom:
- meer leerlinggestuurd: de leerling heeft zelf ook iets te zeggen over hoe en wat hij of zij leert;
- de motivatie van de leerling is het startpunt van het leren;
- de docent sluit aan bij en bewaakt het leerproces van de leerlingen;
- de leerstof gaat vooral uit van de betekenis en de context;
- de leerstof heeft betekenis in en voor de wereld: de klas gaat regelmatig de wereld in, de wereld komt de klas in (daar komt de naam Wereldklas vandaan);
- kennis en inzicht o.a. door zelf ontdekken;
- structuur is een ondersteuning van de les en het leren;
- vaardigheden als samenwerken, reflecteren en initiatief nemen behoren expliciet tot de doelen van het onderwijs (naast de kennisdoelen).
Andere verschillen tussen de twee stromen
Het lesrooster De Traditionele klassen krijgen les op de manier waarop dat al vele jaren gebeurt op de middelbare school: lessen van 50 minuten. Elk vak staat een aantal lessen per week op het rooster.
De Wereldklassen hebben vooral blokuren: lessen van 100 minuten maken het mogelijk dat er op een andere manier geleerd kan worden; ook een project buiten de klas is daardoor mogelijk. Bovendien is een aantal vakken ‘geperiodiseerd’, dat betekent dat een vak in de ene periode het dubbele aantal uren heeft en in de andere periode niet op het rooster staat.
De lessen In de Wereldklassen wordt veel in groepjes gewerkt, de tafeltjes en stoeltjes staan anders dan in de Traditionele klassen, waar de tafeltjes gericht staan op de leraar en het bord. In de Wereldklassen wordt dus op een andere manier geleerd dan in de Traditionele klassen. De kinderen leren er volgens een vernieuwend onderwijsconcept waarbij wordt aangesloten op de vaardigheden die de kinderen op de basisschool hebben opgedaan als: samenwerkend leren, zelfstandig werken en zelf keuzes maken. De Traditionele stroom wordt vaak gekozen door kinderen die van een meer traditionele basisschool komen.
Extra vakken
In de onderbouw van mavo, havo en vwo krijgen leerlingen op alle Nederlandse scholen voor een groot deel dezelfde vakken. Behalve de verplichte vakken hebben scholen de vrijheid om zelf keuzes te maken. Zo kunnen leerlingen op het Libanon, afhankelijk van de stroom waarin ze zitten, in de brugklas Latijn, science, ict, dans, drama, filosofie, extra sport of extra beeldende vorming kiezen. In de lessentabel op de website staat aangegeven welke vakken de brugklasleerlingen volgen en hoeveel uur per week ieder vak gegeven wordt. Het schooljaar is verdeeld in vier periodes met daar tussenin steeds een week met andersoortige activiteiten. Dat kunnen hulplessen en verrijkingslessen zijn, maar ook toetsen en projecten.
Drama: een keuzevak voor onderbouwleerlingen
In de brugklas zijn wekelijks vier groepen kinderen aan het werk met spel, beweging en dans. In vier modules wordt gewerkt met improvisatie, mime, poppenspel, samenspel met theatersport en rolinterviews. Aan het eind van het eerste jaar wordt een productie ingestudeerd en gepresenteerd. De beste en meest gemotiveerde leerlingen gaan in de tweede klas verder in de ‘masterclass’. De lessen in deze klas zijn van een hoger niveau en doen een groter beroep op de talenten van de kinderen. In de dramalessen wordt veel van de kinderen gevraagd. Daarom doen zij voorafgaand aan de lessen een auditie. Een mooie kans voor de kinderen om te laten zien of zij geschikt zijn voor dit vak: het is niet nodig om een supertalent te zijn, maar “je moet er veel zin in hebben en over doorzettingsvermogen beschikken”!
Het tweede leerjaar
Aan het eind van de brugklas wordt de leerling, op basis van de behaalde cijfers, bevorderd naar een tweede klas mavo, een tweede klas havo of een tweede klas vwo. Dat geldt zowel voor de Traditionele- als voor de Wereldklasstroom. Dit tweede leerjaar is uitdrukkelijk bedoeld om er achter te komen of de leerling goed kan functioneren op het betreffende niveau. Aan het eind van het jaar wordt dan opnieuw bekeken of de leerling in de goede stroom zit en wordt besloten welke derde klas het best past. In principe kan in de tweede klas niet gedoubleerd worden. In de lessentabel op de website staat aangegeven welke vakken de leerlingen in klas twee volgen en hoeveel uur per week ieder vak gegeven wordt. De keuzevakken in het tweede leerjaar zijn muziek, Latijn, Grieks en drama (in het tweede jaar gaan alleen de ‘beste’ leerlingen door naar de ‘masterclass’ drama).
- Latijn en Grieks zijn vwo-vakken en moeten in elk geval beide gevolgd worden door de kinderen die een gymnasiumdiploma willen behalen. Dat geldt zowel voor leerjaar twee als voor leerjaar drie.
- In de ongedeelde structuur van het Libanon Lyceum is het ook voor de leerlingen die al besloten hebben het atheneum te gaan doen, mogelijk Latijn te kiezen. Het vak kan opgenomen worden in het vwo-examenpakket.
- Willen leerlingen het vak muziek kiezen, dan komen zij hiervoor in aanmerking na een gesprek met de docent muziek. Deze gesprekken vinden plaats aan het einde van het eerste leerjaar. Zij krijgen twee uur les, waarvan een uur theorie.
Het derde leerjaar
In mavo-3 komen de leerlingen uit de Wereldklassen en de Traditionele stroom samen (in de havo en het vwo gebeurt dit een jaar later). Dat heeft te maken met het kiezen van vakkenpakketten, waarvan enkele onderdelen al in de derde klas beginnen. In mavo-3 volgt iedere leerling acht vakken (+ maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en beeldende vorming). Een overzicht van de verplichte- en keuzevakken kunt u zien in de lessentabel op de website. Voor de gymnasiumopleiding is het nodig om tot en met klas 3 zowel Grieks als Latijn te volgen. Vanaf klas 4 dient Latijn gevolgd te worden om ook daadwerkelijk het gymnasiumdiploma te kunnen behalen. Voor de 3e klassen is het een belangrijk jaar: er moeten besluiten genomen worden over het vakkenpakket voor de bovenbouw (sector of profiel). De leerlingen worden daarbij begeleid door de decaan en de mentor.
Het vierde leerjaar en hoger
Mavo
In mavo-4 (vmbo-theoretische leerweg) zijn 4 sectoren: techniek, zorg en welzijn, economie en landbouw. De leerlingen volgen 6 vakken (+ lichamelijke opvoeding). In het gemeenschappelijk deel volgen alle leerlingen Nederlands en Engels. Voor de 2 vakken van het sectorgedeelte en voor de 2 vakken van het vrije gedeelte zijn bepaalde regels opgesteld. Om toegelaten te worden tot havo-4 is een goede mavo-examenlijst voorwaarde en moet een leerling 40 punten of meer hebben behaald. Leerlingen die overwegen na hun mavodiploma door te gaan met havo, adviseren we om samen met ouders/verzorgers te komen naar de informatieavond die we jaarlijks over dit onderwerp organiseren.
Havo/vwo/gymnasium: de Tweede Fase
De leerlingen van de vierde klassen havo/vwo/gymnasium en hoger volgen onderwijs in de zogenaamde Tweede Fase.
Hier vermelden wij enkele hoofdzaken. Tijdens de ouderkennismakingsavonden aan het begin van het schooljaar wordt de structuur uitvoerig toegelicht. De leerlingen ontvangen vóór 1 oktober het Programma van Toetsing en Afsluiting (het PTA) van hun leerjaar. Hierin wordt de gang van zaken uitvoerig behandeld. De PTA’s worden in de klassen toegelicht.
De hoofdzaken van de Tweede Fase
De vakken die de leerlingen volgen zijn verdeeld in drie groepen:
- de vakken van het gemeenschappelijk deel; deze vakken zijn voor alle leerlingen verplicht;
- de vakken van het profieldeel: leerlingen kunnen uit vier profielen kiezen: cultuur en maatschappij, economie en maatschappij, natuur en gezondheid, natuur en techniek. In deze profielen wordt een aantal verplichte vakken gegeven, die een voorbereiding vormen op een vervolgstudie in het hoger onderwijs;
- in het vrije deel kiest de leerling één vak. De leerling heeft daarbij de keuze uit het aanbod van de school. De vakken worden bij ons op school gegeven volgens een traditioneel lesrooster. Een overzicht van het aantal lessen per vak vindt u in de lessentabel. Wij hebben bewust gekozen voor dit systeem van een zo groot mogelijk aantal lessen. Daardoor is het aantal contactmomenten tussen klas en docent optimaal.
Docenten streven naar variatie in het aanbieden van de stof (klassikaal lesgeven, zelfstandig werken in de klas, werkvormen die een beroep doen op samenwerking enz.). Zo worden de leerlingen optimaal en geleidelijk voorbereid op een meer zelfstandige studiehouding en -aanpak. De mediatheek in de Palestinastraat biedt de leerlingen de gelegenheid om tijdens tussenuren rustig te studeren, met de aanwezige computers te werken, een boek te lenen, een presentatie voor te bereiden enz. Ook tijdens de vaklessen wordt steeds meer gebruik gemaakt van de computers in het computerlokaal.
Vanaf de vierde klas werken de leerlingen aan het examendossier, dat vóór deelname aan het centraal examen moet worden afgerond. Alle vakken in de Tweede Fase behoren tot het examendossier. Sommige vakken kennen alleen een schoolexamen, zoals bijvoorbeeld culturele- en kunstzinnige vorming, algemene natuurwetenschappen, maatschappijleer, lichamelijke opvoeding enz.
Voor het schoolexamen worden verschillende soorten toetsen afgenomen: examendossiertoetsen, praktische opdrachten en handelingsdelen. In havo-4 en in vwo-4 en -5 worden ook voortgangstoetsen afgenomen. Deze tellen niet mee voor het examendossier, wel voor de overgang. De vakken Nederlands en Engels, alsmede de profielvakken en vaak ook het vak uit het vrije deel, hebben naast het schoolexamen ook een Centraal Examen dat wordt afgenomen aan het eind van havo-5 en vwo-6.
De brugklas
Toelating tot de brugklas
Op grond van het advies van de basisschool en de Cito-score (of de score van een vergelijkbare toets), worden de leerlingen geplaatst in een brugklas mavo/havo of havo/vwo in de Traditionele- of in de Wereldklasstroom (zie hieronder). Met ingang van dit schooljaar is er in de Wereldklasstroom ook een aparte gymnasiumklas. Doubleren in de brugklas is niet mogelijk.
Twee stromen in de onderbouw
Op het Libanon Lyceum hebben we in de onderbouw twee stromen: de Traditionele stroom en de Wereldklasstroom. Wij vinden dat er dusdanige verschillen zijn in de leerstijlen en leerervaringen van kinderen, dat het de moeite waard is om ons onderwijs in de onderbouw volgens twee verschillende concepten vorm te geven. Er zijn immers ‘meerdere wegen, die naar Rome leiden’.
Beide stromen zijn gelijkwaardig: de één is niet beter of slechter dan de ander, de één is alleen meer geschikt voor een bepaalde categorie kinderen. Hieronder is het onderscheid verder uitgewerkt.
Kernwoorden in de Traditionele stroom:
- meer docentgestuurd: de leraar bepaalt;
- het lesplan van de docent is het startpunt van het leren;
- de docent stuurt het leerproces van de leerlingen;
- de leerstof wordt in ‘brokjes’ kennis aangeboden; naarmate de kinderen meer aankunnen, worden de losse onderdelen groter en krijgen meer betekenis;
- kennis en inzicht door instructie en reproductie;
- structuur is basis;
- een goede relatie tussen docenten en leerlingen.
Kernwoorden in de Wereldklasstroom:
- meer leerlinggestuurd: de leerling heeft zelf ook iets te zeggen over hoe en wat hij of zij leert;
- de motivatie van de leerling is het startpunt van het leren;
- de docent sluit aan bij en bewaakt het leerproces van de leerlingen;
- de leerstof gaat vooral uit van de betekenis en de context;
- de leerstof heeft betekenis in en voor de wereld: de klas gaat regelmatig de wereld in, de wereld komt de klas in (daar komt de naam Wereldklas vandaan);
- kennis en inzicht o.a. door zelf ontdekken;
- structuur is een ondersteuning van de les en het leren;
- vaardigheden als samenwerken, reflecteren en initiatief nemen behoren expliciet tot de doelen van het onderwijs (naast de kennisdoelen).
Andere verschillen tussen de twee stromen
Het lesrooster De Traditionele klassen krijgen les op de manier waarop dat al vele jaren gebeurt op de middelbare school: lessen van 50 minuten. Elk vak staat een aantal lessen per week op het rooster.
De Wereldklassen hebben vooral blokuren: lessen van 100 minuten maken het mogelijk dat er op een andere manier geleerd kan worden; ook een project buiten de klas is daardoor mogelijk. Bovendien is een aantal vakken ‘geperiodiseerd’, dat betekent dat een vak in de ene periode het dubbele aantal uren heeft en in de andere periode niet op het rooster staat.
De lessen In de Wereldklassen wordt veel in groepjes gewerkt, de tafeltjes en stoeltjes staan anders dan in de Traditionele klassen, waar de tafeltjes gericht staan op de leraar en het bord. In de Wereldklassen wordt dus op een andere manier geleerd dan in de Traditionele klassen. De kinderen leren er volgens een vernieuwend onderwijsconcept waarbij wordt aangesloten op de vaardigheden die de kinderen op de basisschool hebben opgedaan als: samenwerkend leren, zelfstandig werken en zelf keuzes maken. De Traditionele stroom wordt vaak gekozen door kinderen die van een meer traditionele basisschool komen.
Extra vakken
In de onderbouw van mavo, havo en vwo krijgen leerlingen op alle Nederlandse scholen voor een groot deel dezelfde vakken. Behalve de verplichte vakken hebben scholen de vrijheid om zelf keuzes te maken. Zo kunnen leerlingen op het Libanon, afhankelijk van de stroom waarin ze zitten, in de brugklas Latijn, science, ict, dans, drama, filosofie, extra sport of extra beeldende vorming kiezen. In de lessentabel op de website staat aangegeven welke vakken de brugklasleerlingen volgen en hoeveel uur per week ieder vak gegeven wordt. Het schooljaar is verdeeld in vier periodes met daar tussenin steeds een week met andersoortige activiteiten. Dat kunnen hulplessen en verrijkingslessen zijn, maar ook toetsen en projecten.
Drama: een keuzevak voor onderbouwleerlingen
In de brugklas zijn wekelijks vier groepen kinderen aan het werk met spel, beweging en dans. In vier modules wordt gewerkt met improvisatie, mime, poppenspel, samenspel met theatersport en rolinterviews. Aan het eind van het eerste jaar wordt een productie ingestudeerd en gepresenteerd. De beste en meest gemotiveerde leerlingen gaan in de tweede klas verder in de ‘masterclass’. De lessen in deze klas zijn van een hoger niveau en doen een groter beroep op de talenten van de kinderen. In de dramalessen wordt veel van de kinderen gevraagd. Daarom doen zij voorafgaand aan de lessen een auditie. Een mooie kans voor de kinderen om te laten zien of zij geschikt zijn voor dit vak: het is niet nodig om een supertalent te zijn, maar “je moet er veel zin in hebben en over doorzettingsvermogen beschikken”!
Het tweede leerjaar
Aan het eind van de brugklas wordt de leerling, op basis van de behaalde cijfers, bevorderd naar een tweede klas mavo, een tweede klas havo of een tweede klas vwo. Dat geldt zowel voor de Traditionele- als voor de Wereldklasstroom. Dit tweede leerjaar is uitdrukkelijk bedoeld om er achter te komen of de leerling goed kan functioneren op het betreffende niveau. Aan het eind van het jaar wordt dan opnieuw bekeken of de leerling in de goede stroom zit en wordt besloten welke derde klas het best past. In principe kan in de tweede klas niet gedoubleerd worden. In de lessentabel op de website staat aangegeven welke vakken de leerlingen in klas twee volgen en hoeveel uur per week ieder vak gegeven wordt. De keuzevakken in het tweede leerjaar zijn muziek, Latijn, Grieks en drama (in het tweede jaar gaan alleen de ‘beste’ leerlingen door naar de ‘masterclass’ drama).
- Latijn en Grieks zijn vwo-vakken en moeten in elk geval beide gevolgd worden door de kinderen die een gymnasiumdiploma willen behalen. Dat geldt zowel voor leerjaar twee als voor leerjaar drie.
- In de ongedeelde structuur van het Libanon Lyceum is het ook voor de leerlingen die al besloten hebben het atheneum te gaan doen, mogelijk Latijn te kiezen. Het vak kan opgenomen worden in het vwo-examenpakket.
- Willen leerlingen het vak muziek kiezen, dan komen zij hiervoor in aanmerking na een gesprek met de docent muziek. Deze gesprekken vinden plaats aan het einde van het eerste leerjaar. Zij krijgen twee uur les, waarvan een uur theorie.
Het derde leerjaar
In mavo-3 komen de leerlingen uit de Wereldklassen en de Traditionele stroom samen (in de havo en het vwo gebeurt dit een jaar later). Dat heeft te maken met het kiezen van vakkenpakketten, waarvan enkele onderdelen al in de derde klas beginnen. In mavo-3 volgt iedere leerling acht vakken (+ maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en beeldende vorming). Een overzicht van de verplichte- en keuzevakken kunt u zien in de lessentabel op de website. Voor de gymnasiumopleiding is het nodig om tot en met klas 3 zowel Grieks als Latijn te volgen. Vanaf klas 4 dient Latijn gevolgd te worden om ook daadwerkelijk het gymnasiumdiploma te kunnen behalen. Voor de 3e klassen is het een belangrijk jaar: er moeten besluiten genomen worden over het vakkenpakket voor de bovenbouw (sector of profiel). De leerlingen worden daarbij begeleid door de decaan en de mentor.
Het vierde leerjaar en hoger
Mavo
In mavo-4 (vmbo-theoretische leerweg) zijn 4 sectoren: techniek, zorg en welzijn, economie en landbouw. De leerlingen volgen 6 vakken (+ lichamelijke opvoeding). In het gemeenschappelijk deel volgen alle leerlingen Nederlands en Engels. Voor de 2 vakken van het sectorgedeelte en voor de 2 vakken van het vrije gedeelte zijn bepaalde regels opgesteld. Om toegelaten te worden tot havo-4 is een goede mavo-examenlijst voorwaarde en moet een leerling 40 punten of meer hebben behaald. Leerlingen die overwegen na hun mavodiploma door te gaan met havo, adviseren we om samen met ouders/verzorgers te komen naar de informatieavond die we jaarlijks over dit onderwerp organiseren.
Havo/vwo/gymnasium: de Tweede Fase
De leerlingen van de vierde klassen havo/vwo/gymnasium en hoger volgen onderwijs in de zogenaamde Tweede Fase.
Hier vermelden wij enkele hoofdzaken. Tijdens de ouderkennismakingsavonden aan het begin van het schooljaar wordt de structuur uitvoerig toegelicht. De leerlingen ontvangen vóór 1 oktober het Programma van Toetsing en Afsluiting (het PTA) van hun leerjaar. Hierin wordt de gang van zaken uitvoerig behandeld. De PTA’s worden in de klassen toegelicht.
De hoofdzaken van de Tweede Fase
De vakken die de leerlingen volgen zijn verdeeld in drie groepen:
- de vakken van het gemeenschappelijk deel; deze vakken zijn voor alle leerlingen verplicht;
- de vakken van het profieldeel: leerlingen kunnen uit vier profielen kiezen: cultuur en maatschappij, economie en maatschappij, natuur en gezondheid, natuur en techniek. In deze profielen wordt een aantal verplichte vakken gegeven, die een voorbereiding vormen op een vervolgstudie in het hoger onderwijs;
- in het vrije deel kiest de leerling één vak. De leerling heeft daarbij de keuze uit het aanbod van de school. De vakken worden bij ons op school gegeven volgens een traditioneel lesrooster. Een overzicht van het aantal lessen per vak vindt u in de lessentabel. Wij hebben bewust gekozen voor dit systeem van een zo groot mogelijk aantal lessen. Daardoor is het aantal contactmomenten tussen klas en docent optimaal.
Docenten streven naar variatie in het aanbieden van de stof (klassikaal lesgeven, zelfstandig werken in de klas, werkvormen die een beroep doen op samenwerking enz.). Zo worden de leerlingen optimaal en geleidelijk voorbereid op een meer zelfstandige studiehouding en -aanpak. De mediatheek in de Palestinastraat biedt de leerlingen de gelegenheid om tijdens tussenuren rustig te studeren, met de aanwezige computers te werken, een boek te lenen, een presentatie voor te bereiden enz. Ook tijdens de vaklessen wordt steeds meer gebruik gemaakt van de computers in het computerlokaal.
Vanaf de vierde klas werken de leerlingen aan het examendossier, dat vóór deelname aan het centraal examen moet worden afgerond. Alle vakken in de Tweede Fase behoren tot het examendossier. Sommige vakken kennen alleen een schoolexamen, zoals bijvoorbeeld culturele- en kunstzinnige vorming, algemene natuurwetenschappen, maatschappijleer, lichamelijke opvoeding enz.
Voor het schoolexamen worden verschillende soorten toetsen afgenomen: examendossiertoetsen, praktische opdrachten en handelingsdelen. In havo-4 en in vwo-4 en -5 worden ook voortgangstoetsen afgenomen. Deze tellen niet mee voor het examendossier, wel voor de overgang. De vakken Nederlands en Engels, alsmede de profielvakken en vaak ook het vak uit het vrije deel, hebben naast het schoolexamen ook een Centraal Examen dat wordt afgenomen aan het eind van havo-5 en vwo-6.
|
|
|
Toelatingscriteria M4 naar H4
|
|
|
Toelatingscriteria havo 4 met een mavo/vmbo diploma:
- Plaatsing is alleen mogelijk voor leerlingen uit de theoretische leerweg;
- Plaatsing is mogelijk met een totaal van 40 punten van de eindcijfers op het diploma. Voor de telling van 40 punten tellen alleen de vakken waarin centraal examen is gedaan. Een totaal van 40 punten of meer geeft, mits aan de overige voorwaarden wordt voldaan, recht op plaatsing.
Bij een totaal van 40 en 41 punten behoudt de school zich het recht voor een advies in te winnen bij de afdeling/school van vertrek. Dat advies kan bindend zijn. Bij een score van 39 punten of minder is een toelating niet mogelijk;
- Indien een leerling in meer dan zes vakken centraal examen heeft gedaan wordt in ieder geval gekeken naar de cijfers voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde en de cijfers van de vakken die meegenomen worden naar havo 4;
- Voor een vak dat meegenomen wordt naar havo 4 dient een voldoende op het mavo/vmbo-diploma te staan;
- Leeftijd;
- Een leerling die mavo 4/ vmbo 4 heeft gedoubleerd wordt afgewezen voor toelating tot havo 4, ook als aan de
overige criteria wordt voldaan. Bij doubleren in mavo 3 / vmbo 3 bestaat er, ook als aan de overige criteria wordt voldaan, een kans op afwijzen;
- Een leerling die met een mavo 4 / vmbo 4 diploma heeft plaatsgenomen in havo 4 mag niet doubleren in havo 4.
Het is een goed gebruik om met ieder die belangstelling heeft voor een plaats in havo 4 op het Libanon Lyceum een informatief gesprek te houden. De aanwezigheid van ouder(s)/verzorger(s) wordt daarbij zeer op prijs gesteld. Wie behoefte heeft aan meer informatie of een afspraak wil maken voor een gesprek kan contact opnemen met de teamleider van havo 4/5, de heer Claessens op telefoonnummer (010) 4522500 of per e-mail cls@llr.nl.
Toelatingscriteria havo 4 met een mavo/vmbo diploma:
- Plaatsing is alleen mogelijk voor leerlingen uit de theoretische leerweg;
- Plaatsing is mogelijk met een totaal van 40 punten van de eindcijfers op het diploma. Voor de telling van 40 punten tellen alleen de vakken waarin centraal examen is gedaan. Een totaal van 40 punten of meer geeft, mits aan de overige voorwaarden wordt voldaan, recht op plaatsing.
Bij een totaal van 40 en 41 punten behoudt de school zich het recht voor een advies in te winnen bij de afdeling/school van vertrek. Dat advies kan bindend zijn. Bij een score van 39 punten of minder is een toelating niet mogelijk;
- Indien een leerling in meer dan zes vakken centraal examen heeft gedaan wordt in ieder geval gekeken naar de cijfers voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde en de cijfers van de vakken die meegenomen worden naar havo 4;
- Voor een vak dat meegenomen wordt naar havo 4 dient een voldoende op het mavo/vmbo-diploma te staan;
- Leeftijd;
- Een leerling die mavo 4/ vmbo 4 heeft gedoubleerd wordt afgewezen voor toelating tot havo 4, ook als aan de
overige criteria wordt voldaan. Bij doubleren in mavo 3 / vmbo 3 bestaat er, ook als aan de overige criteria wordt voldaan, een kans op afwijzen;
- Een leerling die met een mavo 4 / vmbo 4 diploma heeft plaatsgenomen in havo 4 mag niet doubleren in havo 4.
Het is een goed gebruik om met ieder die belangstelling heeft voor een plaats in havo 4 op het Libanon Lyceum een informatief gesprek te houden. De aanwezigheid van ouder(s)/verzorger(s) wordt daarbij zeer op prijs gesteld. Wie behoefte heeft aan meer informatie of een afspraak wil maken voor een gesprek kan contact opnemen met de teamleider van havo 4/5, de heer Claessens op telefoonnummer (010) 4522500 of per e-mail cls@llr.nl.
|
 |
|
|
|